Toepassingen 15 min

Methoden voor Kabeldimensionering

Kabeldimensionering: Een Systematische Aanpak

Het selecteren van de juiste kabeldoorsnede vereist een systematische aanpak waarbij meerdere criteria worden geëvalueerd. In de Nederlandse praktijk zijn er drie hoofdcriteria die de minimale kabeldoorsnede bepalen: stroomvoerend vermogen (belastbaarheid), spanningsval en kortsluitbestendigheid. De uiteindelijke kabeldoorsnede is de grootste waarde die uit deze drie berekeningen voortkomt.

De NEN 1010 en IEC 60364-5-52 bieden tabellen en methoden voor het bepalen van de belastbaarheid, terwijl spanningsvalberekeningen apart moeten worden uitgevoerd om te verifiëren dat de installatie binnen de normen blijft.

Stap 1: Belastbaarheid Bepalen

De belastbaarheid (stroomvoerend vermogen) van een kabel is afhankelijk van het kabeltype, de installatiewijze en de omgevingstemperatuur. De NEN 1010 definieert verschillende installatiemethoden (referentiemethoden A1, A2, B1, B2, C, D, E, F, G) die elk hun eigen belastbaarheidstabellen hebben.

Veelgebruikte Referentiemethoden

  • A1/A2: In thermisch geïsoleerde wand (laagste belastbaarheid)
  • B1/B2: In buis op wand of in wand
  • C: Bevestigd op een wand (open lucht)
  • E/F: Op kabelgoot of kabelladder

Stap 2: Correctiefactoren Toepassen

De standaard belastbaarheidstabellen gaan uit van referentieomstandigheden (30°C omgevingstemperatuur, één circuit). In de praktijk moeten correctiefactoren worden toegepast:

Temperatuurcorrectie

Bij omgevingstemperaturen boven 30°C neemt de belastbaarheid af. Bij 40°C is de correctiefactor circa 0,87 voor PVC-geïsoleerde kabels.

Groeperingscorrectie

Wanneer meerdere circuits samen worden gelegd, verwarmen ze elkaar. Bij 3 groepen samen is de correctiefactor circa 0,70.

Bodemweerstand (methode D)

Voor in de grond gelegde kabels is de thermische weerstand van de grond van belang. In Nederland is 2,5 K·m/W een gebruikelijke waarde.

Harmonischencorrectie

Bij niet-lineaire belastingen (LED-drivers, frequentieregelaars) moet rekening worden gehouden met harmonischen in de nulgeleider.

Stap 3: Spanningsval Verifiëren

Na het bepalen van de minimale doorsnede op basis van belastbaarheid, moet worden gecontroleerd of de spanningsval binnen de NEN 1010-limieten blijft. Als de spanningsval te hoog is, moet een grotere doorsnede worden gekozen — ook als de belastbaarheid voldoende was.

Vuistregel

Bij kabellengtes tot 25 meter is de belastbaarheid meestal maatgevend. Bij langere afstanden wordt spanningsval vaak de bepalende factor, waardoor een grotere doorsnede nodig is dan op basis van stroomvoerend vermogen alleen.

Stap 4: Kortsluitbestendigheid

Ten slotte moet worden geverifieerd dat de kabel de kortsluitstroom kan weerstaan gedurende de uitschakeltijd van de beveiliging. De adiabatische formule volgens IEC 60364-5-54 wordt hiervoor gebruikt:

A = (I × √t) / k

A = Minimale doorsnede (mm²)

I = Kortsluitstroom (A)

t = Uitschakeltijd (s)

k = Materiaalconstante (115 voor koper/PVC, 76 voor aluminium/PVC)

Start Calculating

Ready to apply these concepts to your project? Use our professional voltage drop calculator.

Open Calculator

Related Articles